Hoe financiert u een bedrijfswagen?
Companeo - 070 66 07 01

Hoe financiert u een bedrijfswagen?

U wenst een voertuig aan te kopen voor uw bedrijf? Klein overzicht van de verschillende autofinancieringswijzen en hun boekhoudkundige voordelen.

1. De verschillende autofinancieringswijzen

U wenst een bedrijfvoertuig aan te kopen (auto of vrachtwagen). Er bestaan verschillende financieringswijzen. Aan u om te kiezen welke het meest aangepast is aan uw financiën en uw bedrijf. De mogelijke keuzes:

  • De “contante” aankoop: U betaalt de volledige gevraagde som. U wordt eigenaar van het voertuig.
  • Het klassiek krediet: Zoals voor de aankoop van elk ander goed, betaalt u een inbreng aan de financiële instelling of u zorgt voor een waarborgsom. De bank of de kredietinstelling leent u de nodige som om het voertuig aan te kopen. U betaalt de geleende som en de intresten terug.
  • De financieringshuur (of autoleasing): Men spreekt ook van Huur met Aankoopoptie (HAO). Nadat u voor een waarborgsom heeft gezorgd, betaalt u maandelijkse bijdragen die overeenkomen met de huur. De leeninstelling is eigenaar van het goed tot het einde van de overeenkomst. Maar aan het einde van de overeenkomst kunt u indien u dat wenst het goed definitief aankopen door de restwaarde ervan te betalen (waarvan het bedrag vastgesteld werd bij de ondertekening van het leasingcontract van het voertuig).
  • De Langetermijnverhuur van voertuigen (LTV): U huurt uw voertuig per jaar. Deze formule omvat verschillende voordelige diensten zoals het onderhoud van de voertuigen bijvoorbeeld.

De keuze van de financiering hangt af van de financiële toestand van het bedrijf

De aankoopformules zoals de contante aankoop of het klassieke krediet worden afgeraden voor bedrijven omdat die hun financiën sterk uit evenwicht brengen. Tenzij er een financieel overschot is dat het bedrijf liever investeert. Hieronder vindt u samengevat de impact van de verschillende aankoopmanieren op uw financiën: - “Contante” aankoop: totale te betalen prijs van het voertuig.

  • Klassiek krediet: Initiële inbreng of te betalen waarborgsom.
  • Financieringshuur of autoleasing of Huur met Aankoopoptie (HAO): waarborgsom en een eerste verhoogde huur.
  • De Langetermijnverhuur (LTV): de autohuur per jaar (of vrachtvoertuig) is de enige pijnloze formule voor de financiën omdat ze de uitgaven spreidt.

De voertuigkeuze hangt af van een fiscale strategie

Sinds de nieuwe financieringswet die van kracht werd op 1 januari 2006, zijn nieuwe maatregelen aangenomen om de aankoop te bevorderen van “schone” voertuigen” (met een lage C02-uitstoot) door bedrijven.

  • Het belastingkrediet (personenbelasting)
Een belastingkrediet is erop gericht om bedrijven aan te moedigen om “schone” (LPG, CNG, hybride of elektrisch) voertuigen, m.a.w. met een uitstoot van minder dan 140 g C02 per km te huren of te kopen. Het doel is om tegen 2008 de vervuilende uitstoot met 25% te verminderen ten opzichte van de waarden van 1995. Het belastingkrediet loopt op tot 1525 € wanneer de belastingbetaler schone voertuigen huurt of aankoopt of wanneer hij zich ertoe verbindt om de nodige werken aan het voertuig uit te voeren om over te schakelen op LPG. Dit krediet stijgt naar 2300 € als deze aankoop of huur gepaard gaat met de vernietiging van een voor 1997 ingeschreven voertuig. Dit belastingkrediet zou moeten verlengd worden tot 2009.
  • De CO2-uitstoot bepaalt het bedrag van de eventuele RSZ-solidariteitsbijdrage.
Sinds 1 april 2007 is voor vennootschappen ook de fiscale aftrekbaarheid van nieuwe bedrijfswagens afhankelijk van de CO2-uitstoot. Deze schommelt tussen 60 en 90 procent.

Ondernemingen die rijden met vervuilende auto’s verliezen bepaalde voordelen:

  • De basis van de aftrekbare aflossing vermindert van 18 300 € tot 9900 €.
  • De Taks op de Bedrijfsvoertuigen wordt verhoogd. Ze was vroeger 1300 € voor minder dan 7CV en 2440 € voor de andere, ze wordt sinds januari 2006 verhoogd in functie van de CO2-uitstoot in g/km.
  • De aangekochte voertuigen in gebruik genomen voor 1 juni 2004 worden getaxeerd op het moment van hun inschrijving. En dit in functie van hun paardenkracht. Het tarief varieert tussen 100 en 300 € supplementair.